je neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide af
dat de luchtpijo open blijft staan
de lucht die je inademt wordt warmer, het wordt vochtiger en het houd stof deeltjes tegen
in de longblaasjes
er splits een gedeelte het ene gedeelte gaat naar de luchtpijp en de ander naar de maag
keelholte
de slokdarm
die verbind de keelholte met de maag
brengen zuurstof diep in je longen
de lever en de spierem
