-regelmatige interactie
-gevoel van gezamenlijke identiteit
-gemeenschappelijke doelen
-afhankelijkheid van elkaar om die doelen te bereiken
-Formeel of informeel: vastgelegde rolverdeling of spontaan
-Reëel of virtueel: face-to-face of digitaal
-Communicatiepatroon
-Status en invloed
-Cohesie
-Rollen
-Normen
Mensen gedragen zich anders binnen een groep-->dan wanneer zij alleen zijn.
-->zij worden beinvloed door de groep(bv:emotie/gedragingen).
-->Rationeel denken kan verdwijnen, wat over kan gaan naar impulsief en irrationeel gedrag.
Functionele rollen:
-taakgerichte rollen
-Groepsgerichte rollen
Disfunctionele rollen: zelfgerichte rol
Mensen in groepen hebben automatische verwachtingen over elkaars competenties--> wie hoger eord ingeschat heeft en kan meer invloed uitoefenen binnen de groep.
-Doeners
-Denkers
-Willers
-Voelers
-'Specialist'
Communicatiemodel dat gedrag in interacties beschrijft:
-Leidend (boven-samen)
-Helpende (onder-samen)
-Volgende (onder-tegen)
-Aanvallende (boven-tegen)
Gedrag roept vaak complentair gedrag op. Gedrag lokt gedrag uit.
Voorfase-->Oriëntatiefase (forming)-->Conflictfase (storming)-->Stabilisatiefase(norming)-->Prestatiefase(performing)-->Beëindigingsfase(adjourning).
M1:Afhankelijk-->teamleden wachten op sturing van leiding.
M2:Onafhankelijk-->weinig samenwerking, teamleden focussen op eigen taken
M3:Samenwerkingsgericht-->teanleden zoeken verbinding, leren afstemmen
M4:Zelfsturend-->team neemt gezamenlijk verantwoordelijkheid, reflecteert en stuurt zichzelf bij
Groepsleden passen gedrag en mening aan-->kans is groter bij grotere groepen.
Aandacht voor coördinatiea/taakaspect.
Ringelmann-effect:hoe groeter de groep, hoe meer groepsleden presteten onder hun maximale niveau-->leidt tot prestatieverlies.
Groepsnormen bepalen reacties op individueel gedrag-->groepsinvloed is groter wanneer de cohesie hoger is-->hoge cohesie leidt alleen tot hoge prestaties en sterke inzet wanneer de groep hoge prestatienormen heeft.
-Gebrek aan uitdaging
-Gebrek aan zeggenschap
-Gebrek aan betrokkenheid
Constructief machtsgebruik: gericht op effectiviteit van groep-->zorgt voor meer coöperatieve samenwerking
Destructief machtgebruik: primair gericht op eigenbelang-->zorgt voor competieve samenwerking(leidt vaak tot slechte samenwerking)
-Taakgericht: aandacht voor planning, coördinatie-->resultaten.
-Relatiegericht: aandacht voor onderlinge relaties.
-Directief: richting geven en beslissingen nemen.
-Participatief: betrekt groep bij taken en beslissingen.
Niveau 1: onbekwaam, onzeker, onwiklig.
Niveau 2: onbekwaam, gemotiveerd of zeker.
Niveau 3: Bekwaam, onzeker of onwillig.
Niveau 4: Bekwaam, gemotiveerd en zeker.
-Leider met gezag maar zonder dominante mening.
-Leider boven partijen en onpartijdig.
-Leider voorkeur slechts procesbegeleider.
-Zo nodig mediator aanstellen.
-Slechte sfeer in de groep-->wantrouwen, gebrek aan openheid, strijd, interpersoonlijke conflicten.
-Groepsdenken-->streven naar consensus inplaats streven naar beste oplossing.
