frans
Wat betekent "chéri, chérie" in het Nederlands?
Schat, lieveling
Vertaal "een broer, een zus" naar het Frans.
Un frère, une sœur
Wat betekent "Je suis un gameur." in het Nederlands?
Ik ben een gamer.
Wat is de Franse vertaling van "de arm"?
Le bras
Vertaal "de nek" naar het Frans.
Le cou
Hoe zeg je "een God" in het Frans?
Un dieu
Wat betekent "Je fais du fitness." in het Nederlands?
Ik doe fitness.
Vertaal "het been" naar het Frans.
La jambe
Wat is de Nederlandse vertaling van "un oncle, une tante"?
Een nonkel, een tante
Wat betekent "les cheveux" in het Nederlands?
Het haar
Vertaal "de muziekschool" naar het Frans.
L'école de musique
Wat betekent "l'oreille" in het Nederlands?
Het oor
Wat is de Franse vertaling van "de mensen"?
Les gens
Hoe zeg je "het hockey" in het Frans?
Le hockey
Hoe zeg je "de vinger" in het Frans?
Le doigt
Hoe zeg je "een leraar" in het Frans?
Un professeur
Vertaal "een volwassene" naar het Frans.
Un adulte, une adulte
Wat is de Nederlandse betekenis van "le cyclisme"?
Het wielrennen
Hoe zeg je "Ik speel gitaar." in het Frans?
Je joue de la guitare.
Wat is de Nederlandse betekenis van "le ventre"?
De buik
Wat is de Nederlandse betekenis van "J'aime aller au cinéma."?
Ik ga graag naar de cinema.
Wat betekent "un médecin" in het Nederlands?
Een dokter, een arts
Wat is de Nederlandse betekenis van "un chanteur, une chanteuse"?
Een zanger(es)
Hoe zeg je "de tand" in het Frans?
La dent
Vertaal "Ik spreek graag met vrienden af." naar het Frans.
J'aime retrouver mes amis.
Een zoon, een dochter
un fils, une fille
Schat, lieveling
chéri, chérie
Een neef, een nicht
un cousin, une cousine
Een vriend(in)
un ami, une amie
Mijnheer, mevrouw
monsieur, madame
Een grootvader, -moeder
un grand-père, une grand-mère
Een acteur, een actrice
un acteur, une actrice
Een man, een vrouw
un homme, une femme
Een vader, een moeder
un père, une mère
Een zanger(es)
un chanteur, une chanteuse
Een jongen, een meisje
un garçon, une fille
Een ouder, de ouders
un parent, les parents
Een leerling
un élève, une élève
Een prins, een prinses
un prince, une princesse
Een papa, een mama
un papa, une maman
Een klant
un client, une cliente
Een verkoper, verkoopster
un vendeur, une vendeuse
Een puber, een adolescent
un ado(lescent), une ado(lescente)
Een student(e)
un étudiant, une étudiante
Een buurman, -vrouw
un voisin, une voisine
Een broer, een zus
un frère, une sœur
Een nonkel, een tante
un oncle, une tante
Een dokter, een arts
un docteur
Een koning, een koningin
un roi, une reine
Een directeur, directrice
un directeur, une directrice
Een volwassene
un adulte, une adulte
een directeur, directrice
un directeur, une directrice
een broer, een zus
un frère, une sœur
een dokter, een arts
un médecin
een verkoper, verkoopster
un vendeur, une vendeuse
een papa, een mama
un papa, une maman
een puber, een adolescent
un ado(lescent), une ado(lescente)
een vriend(in)
un copain, une copine
een buurman, -vrouw
un voisin, une voisine
schat, lieveling
chéri, chérie
een zoon, een dochter
un fils, une fille
een neef, een nicht
un cousin, une cousine
een volwassene
un adulte, une adulte
een student(e)
un étudiant, une étudiante
een nonkel, een tante
un oncle, une tante
een koning, een koningin
un roi, une reine
een grootvader, -moeder
un grand-père, une grand-mère
een leerling
un élève, une élève
een klant
un client, une cliente
een jongen, een meisje
un garçon, une fille
een zanger(es)
un chanteur, une chanteuse
een ouder, de ouders
un parent, les parents
een acteur, een actrice
un acteur, une actrice
een man, een vrouw
un homme, une femme
een vader, een moeder
un père, une mère
mijnheer, mevrouw
monsieur, madame