Ovido
Taal
  • Engels
  • Spaans
  • Frans
  • Portugees
  • Duits
  • Italiaans
  • Nederlands
  • Zweeds
Tekst
  • Hoofdletters

Gebruiker

  • Inloggen
  • Account aanmaken
  • Upgrade naar Premium
Ovido
  • Startpagina
  • Inloggen
  • Account aanmaken

Begrippen antropologie II en cultuurfilosofie

cultuur

alles dat door mensen is gemaakt of verzonnen (in een bepaalde gemeenschappelijkheid)

natuur

alles dat niet door mensen is gemaakt (verschil cultuur-natuur is moeilijk te bepalen)

nature

aangeboren gedrag of eigenschappen (DNA)

nurture

aangeleerd gedrag en eigenschappen (opvoeding, levenservaring)
existentialisme: alles is nurture

ecocentrisme

redeneren vanuit de belangen van de natuur en de intrinsieke waarde van die natuur

antropocentrisme

redeneren vanuit de mens en haar belangen

techniekfilosofie

vakgebied dat de verhouding tussen mens en techniek en de rol van techniek in de maatschappij bevraagt

cultuurabsolutisme

culturen kunnen met elkaar vergeleken worden en men kan concluderen dat de een beter is dan de andere

cultuur (volgens Kant)

het ontwikkelingsproces van de rede

civilisatie (volgens Kant)

leren samenleven in staatsverband

innerlijke zedelijkheid

vanuit zichzelf redelijk gedrag vertonen (dmv opvoeding en onderwijs)

antagonisme

heftige concurrentiestrijd tussen sociale klassen (is goed en noodzakelijk omdat de mensen uit de lagere klassen bij de hogere klassen willen horen en hun cultuur overnemen en zo innerlijke zedelijkheid ontwikkelen)

cultuurspreiding

verbeteringen van de elite druppelen omlaag naar de rest van de bevolking

maatschappelijke ongelijkheid

is de motor van de vooruitgang en dus noodzakelijk (zie cultuurspreiding)

onmaatschappelijke maatschappelijkheid

door 'onmaatschappelijk' gedrag (het in stand houden van maatschappelijke ongelijkheid) de maatschappij juist vooruit te helpen

umwertung aller werte

de herwaardering van alle waarde (zwak is goed, sterk is slecht), Nietzsche wil dat dit weer terugverandert

decadentie

moreel verval, van herenmoraal tot slavenmoraal (tot kuddegeest)

vitalisme

alles uit het leven halen, voluit leven, ''je leven leven als een kunstwerk''

levensontkennend

leven in dienst van een volgend leven, jezelf dingen ontzeggen (zoals monniken, Nietzsche niet mee eens)

levensbevestigend

leven om alles uit het leven te halen, voluit leven, ''je leven leven als een kunstwerk'' (voorbeeld: studentenleven)

hybris

hybris van de Joods-Christelijke moraal is hoogmoed, want ze leggen iedereen hun moraal op en stellen de mens en de menselijke rede (het zieke dier) boven de natuur

bildung

culturele en intellectuele vorming (door blootstelling aan de grote werken zelf een smaak ontwikkelen)

kuddegeest

denken vanuit de groep, hetzelfde willen zijn als kuddedier

massacultuur

cultuur gemaakt voor de massa (reality-tv)

amusement

vermaak/tijdverdrijf (dit verdrijft hogere/diepzinnige vormen van cultuur)

homo ludens (huizinga)

de spelende mens, spel is ouder dan cultuur -> dieren spelen ook -> spel is niet serieus, wel voor de lol -> spel is belangrijker voor de mens dan het serieuze

vooruitgangsgedachte

Kant: de culturele ontwikkeling is altijd een vooruitgang of hoogstens een stagnatie, nooit achteruitgang

dionysisch

(leven/kunst) wild, origineel, buiten de lijntjes, chaotisch

apollinisch

(leven/kunst) volgens de regels, zonder afwijkingen, geordend

übermensch

vitalistisch, met herenmoraal, sterk, met bildung, vrije geest (neanderthaler -> homo sapiens -> übermensch)

üntermensch

bestaat niet, Nietzsche gaat uit van laatste mens: mens die zich overgeeft aan consumptie, tegenovergestelde van übermensch

wil tot macht

alle levende wezens hebben de natuurlijke wil om macht te hebben (over zichzelf en hun omgeving), de Joods-Christelijke moraal ontkent de wil tot macht en is dus onnatuurlijk

shocks

confrontaties met het onbekende (mensen met een andere achtergrond, uiterlijk of cultuur)

belevenismaatschappij

maatschappij waarin belevenissen als consumptieproduct worden verkocht

consumptiemaatschappij

maatschappij gericht op consumeren (=opgebruiken), er moeten steeds nieuwe dingen gekocht worden en mensen worden primair gezien als consument (planned obsolescence)

beeldcultuur

een cultuur waarin afbeeldingen overheersen, uiterlijk wordt belangrijker

reproduceerbaarheid

werkelijkheid, maar voral het kunstwerk, wordt reproduceerbaar in massaproductie (komt op met de uitvinding van de fotografie)

aura

uitstraling, artistieke ervaring (wat reproducties missen in tegenstelling tot het origineel van een kunstwerk)

cultuurindustrie (adorno)

speelt in op onze verlangens naar consumptie en belevenis en produceert deze verlangens ook zelf (grote cultuur producerende bedrijven hebben als doel macht, binding en winst maar doen alsof dat niet zo is)

cultuurrelativisme

alle culturen zijn gelijkwaardig aan elkaar, want er is niet één mensheid

mensheid

er is niet één mensheid (argument voor cultuurrelativisme), ieder mens en iedere cultuur kent zijn eigen ontwikkelingsproces en is dus niet kwalitatief te vergelijken met andere

onjuist (false) evolutionisme

als iemand wél mensen en culturen kwalitatief met elkaar vergelijkt

cultureel structuralisme

wij worden volledig gedetermineerd door sociale en historische structuren

biologisch structuralisme

wij en de sociale structuren worden ook nog gedetermineerd door biologische aspecten (zoals lichamelijkheid of klimaat)

europacentrisme

europese cultuur en denkwijzen worden centraal gesteld of als uitgangspunt genomen

universalisme

het geloof in universeel / algemeen geldende normen en waarden (cultuurabsolutisme, europacentrisme)

pluralisme

dat meerdere culturen in één samenleving bij elkaar en door elkaar leven (Levi-Strauss is voorstander)

moderniteit

periode van ca. 1600-1945, het tijdperk van de Grote Verhalen

postmoderniteit

Lyotard vindt dat het tijd is voor de postmoderniteit: het afschaffen van alle Grote Verhalen en het uitgaan van de principiële gelijkwaardigheid van alle cultuuruitingen en van alle mensen

de Grote Verhalen

theorieën die proberen om een hele categorie van mensen / menselijk handelen / producten van menselijk denken in één klap te verklaren / interpreteren en daarmee standaarden op te stellen

intentionaliteit

alle eigen (1e persoons)-ervaringen hebben intentionaliteit: betrokkenheid op iets (je ervaart iets) + een zekere doelmatigheid (de ervaring doet iets met ons) -> daarom kun je niet zeggen dat een ervaring 'niks' is of een droom is

lichaam-subject

bewustzijn en lichaam zijn hetzelfde, onlosmakelijk verbonden, ''ik ervaar de wereld vanuit mijn bestaan als lichaam-subject'', ik ervaar en leer door de beweging van mijn lichaam in de ruimte

in-de-wereld-zijn

(door de 1e persoons-ervaring met intentionaliteit) zit ik altijd middenin de/mijn werkelijkheid

lichaamsschema

een mentale representatie van ons gehele lichaam, zit altijd in ons bewustzijn, we ervaren altijd onze lichaamsdelen, ervaringen zijn dus echt en uniek aan ons

l'être brut

het ruwe zijn, onze existentie is er onherleidbaar, het is een puur, ongevormd en ook niet vormbaar bestaan

cartesiaans theater

de mens wordt voorgesteld als een bezintuigd lichaam met binnenin iets dat niet geanalyseerd kan worden (=ziel/res cogitans)
Searle: homunculus zit in ons schedel/theater, maar: oneindige regressie

theory of mind

een voorstelling van andermans bewustzijnsinhoud, theory of mind hebben is typisch menselijk en kan een computer niet (Sally-Anne test)

turingtest (Alan Turing)

kan een computer praten als een mens? als een computersysteem/AI een menselijke gesprekspartner kan laten denken dat de AI tool een mens is, heeft de AI bewustzijn

chinese room experiment (John Searle)

mens zit in een kamer en moet op Chinese teksten een antwoord schrijven, in de kamer zijn Chinese woordenboeken, deze persoon kan geen Chinees, maar kan wel correcte output geven in de vorm van Chinese antwoorden dankzij de woordenboeken. Conclusie: het geven van correcte output is geen bewijs voor begrip/bewustzijn, een computersysteem kan dus geen bewustzijn hebben want die 'begrijpt' net als de persoon geen Chinees

natural born cyborgs (Andy Clarke)

van nature zijn we al cyborgs (mens-technologie-hybride) vanwege ons plastische brein, daarnaast gaan hulpmiddelen (vb. rekenmachines) ook in ons hoofd zitten

behaviorisme

wat zich in het brein afspeelt is (nog) mysterieus, dus we moeten onze theorieën over denken / bewustzijn baseren op gedrag, want het is te ingewikkeld

functionalisme

bewustzijn moet worden begrepen vanuit de functionele rollen die iets kan vervullen (zoals de rol van een gesprekspartner bij een AI programma)

binnenwereld

(objectieve) mentale representaties van de buitenwereld ('plaatje in je hoofd')
Searle: AI kan een binnenwereld hebben

belevingswereld

subjectieve belevingskenmerken (hoe het is om...), Qualia
Searle: AI kan geen belevingswereld hebben

emergentie

gedrag dat niet uit programmatuur volgt

Quiz
nouns
adjectives
conjunctions
Relationship expressions
Words from Reading and UOE Paper- based sample test
Acidos
Teaching Prof
6.1 words
ESP Q1 L1
Cap XV
STORYTELLING
Paula: Test 4 Reading and UoE
bio paper 3
tuberculose
hépatite
6.2 all other words
verbs
biodiversity
Methods & Strategies & Field Study
Building Lit
Ord 2
SISTEMAS DE BIENESTAR SOCIAL
TTL
chem metals reactinf
gl
digestion
other words (sports)
verbs (sport)
adjectives and adverbs (sports)
sport equipment
people and places
sports (jugar,practicar,hacer)
BASICS
questions social
eco analyse financière
Physique chimie
BREVET GM1
English Prepositions 🥇
histoir
Megaminx Edge Permutation
wow
other words and adjectives
verbs
beach
health
Megaminx Corner Orientation
Prüfung - Kopie
Big O notation
musicale
l