Utilisateur
het gebruiken of kolem van goederen en diensten
zijn producten en materieel, je kunt ze aanraken denk aan een ipad.
zijn inmaterieel, je kunt ze dus niet aanraken denk aan slapen in een hotel.
als je ze gebruikt gaan ze op. je kan ze maar 1 keer gebruiken. denk aan een broodje
je kan ze vaker gebruiken ze gaan niet op na 1 x gebruiken denk aan een tv
verbruiksgoederen, gebruiksgoederen.
behoeftes die je echt nodig hebt om te overleven denk aan eten en drinken
als je goederen of diensten koopt voorzie je een bepaalde behoefte
zijn niet nodig om te overleven denk aan een tv
vaak wil je meer kopen dan dat je kan dan is der sprake van schaarste in middelen om in alle behoeftes te kunnen voorzien
zelf voorzienen in producten dus bijv een moestuin in je tuin maken zo hoef je die groentes niet in de super markt te kopen
iedereen mag deze voorzieningen gebruiken denk aan straat verlichting
met belastingen die ze ontvangen
de mate waarin men in de behoeften kan voorzien
hoeveel je kunt kopen met het geld of inkomen je hebt
als de prijzen stijgen
als de prijzen dalen
er is meer vraag naar producten, als er minder aanbod is van producten, bedrijven verhogeren de kosten van het product
willen bedrijven meer verdienen op een product
de inflatue bepalen we met behulp van cpi
de hoeveelheid pruductie die in een land gemaakt wordt
hiermee bedoelen ze bijv grondstoffen bijv voor een tafel gebruik je hout
